nieuwsAls je de koppen op Nu.nl en de site van NRCnext een beetje vooringenomen leest, lijkt het bijna groot nieuws in de categorie ‘Opmerkelijk’ (ik heb dat Nu.nl even dubbel gechecckt – je weet maar nooit): Leraren ontwikkelen digitaal lesmateriaal. Het staat in de krant, dús is het waar. Ze  doen het toch maar mooi die leraren, dat ontwikkelen van digitaal lesmateriaal. Ondanks de stugge volharding die ze toch lang hebben gekoesterd dat zij leraren zijn en geen ontwikkelaars of uitgevers, is het roer nu helemaal om en ontwikkelen ze lesmateriaal … digitaal nog wel.

Bij lezing van de artikelen blijkt echter dat het hier niet om een realiteit gaat, maar om de blijkbaar niet meer zo heel erg stille wens van minister Plasterk. Beide kranten putten uit dezelfde bron (een woordvoerder, er is nog geen persbericht) gezien de overeenkomsten in de nieuwtjes. Ik citeer NRCnext:

Leraren moeten straks op internet lesmateriaal kunnen vinden dat door henzelf en collega’s is gemaakt. Elke leraar moet kunnen bijdragen aan de lesboeken, die gratis te gebruiken zijn.Minister Ronald Plasterk (Onderwijs) gaat geld steken in de ontwikkeling van deze open leermiddelen. Dat heeft zijn woordvoerder dinsdag gezegd. Met het nog onbekende bedrag moet er een landelijke voorziening komen en kunnen al bestaande initiatieven worden afgekocht.

In 2011 moet het digitale lesmateriaal dan beschikbaar zijn voor leerkrachten van basisschool tot universiteit. Deze leerboeken worden voor iedereen toegankelijk, maar alleen leraren kunnen er een bijdrage aan gaan leveren.

Ergens in een hoekje van Ministerie van Onderwijs is blijkbaar een een oude sok gevonden. Want ondanks dat ik het idee van Plasterk erg sympathiek vind (wat zeg ik, ik vind het een ge-wel-dig idee) moet ik het toch allemaal eerst eens zien gebeuren. Van leraar naar ontwikkelaar, dat gaat niet zo maar even. Dat kost om te beginnen geld. Nou, dat lijkt er te zijn, mooi!

En het kost tijd. En daar begint de schoen al een beetje te wringen. Want waar halen scholen en docenten de tijd vandaan om lesmateriaal te ontwikkelen? De geest van 1040 uur spookt nog steeds door het onderwijs. Hoeveel docenten ik het afgelopen jaren niet heb gesproken die de school nauwelijks uit konden voor een middagje NOT of een vakcongres. Hoeveel docenten niet komen opdagen op een professionaliseringsbijeenkomst wegens surveillancedienst, achterstallig nakijkwerk of een gelijktijdig geplabde rapportvergadering, ik zou ze de kost niet willen geven. Zelfs de slimme aanpak, deelname aan een ontwikkelclub als de Onderwijsvernieuwingscoöperatie (OVC) of DigilessenVO kost een school een investering in tijd. Misschien dat dat geld helpt, maar docenten hebben al zo’n volle agenda en om ze nu met nog een klusje op te zadelen … ik verwacht weinig enthousiasme.

Digitaal lesmateriaal ontwikkelen vereist ook vaardigheden. Er zijn niet heel veel leraren die gezegend zijn met de skill set die nodig is om digitaal lesmateriaal te ontwikkelen. Wil je dat aantal vergroten, dan zul je grootscheeps en structureel moeten investeren in docentprofessionalisering. Dan kun je dat niet meer afdoen met het laten verzilveren van een boekenbon voor een leuk boek dat in de eigen tijd te lezen dient te worden.

Ook ben ik eigenlijk wel benieuwd wat de minister en zijn Team van Knappe Koppen voor het geestesoog hadden bij het hebben van die sympathieke idee. Wat is volgens hen digitaal lesmateriaal? Ik denk dat ik minister Plasterk een heel aardige, integere man vind, maar ik ben ook bang dat zijn beeld van digitaal lesmateriaal en hoe dat te ontwikkelen stereke overeenkomsten vertoont met dat van  een groot deel van lesgevend Nederland: een reeks pdf’jes in een elo, gelardeerd met een TeleBlikfilmpje met aan het einde een ferme meerkeuzetoets die alleen in een strikt gecontroleerd digitaal toetslokaal worden afgenomen omdat het het CITO anders dun door de broek gaat lopen.

Leuk idee, minister Plasterk, maar ik ben bang dat dit een gevalletje rakeling gaat worden, tenzij dit hele plan met een verrekte goeie ondersteuning gaat komen. Ik kom graag eens praten op het ministerie hoor.

Tagged with →  
Share →